WEEK 06-07 04 FEB 2015
13 Werkendamse ondernemers doneren aan Gilde Vakcollege Techniek
WERKENDAM Tijdens de druk bezochte Open Dag op 21 januari werd het Gilde Vakcollege Techniek in Gorinchem verblijd met een mooie giſt. Uit handen van Rolf Maliepaard, voorzitter van Werkendam Maritime Industries, ontvingen de docen- ten Techniek een cheque voor een profiel- wals.
“Zo’n metaalbewerkingsmachine is een lang gekoesterde wens van onze school, want we willen onze leerlingen zo breed mogelijk opleiden”, aldus Menno Alberts, teamleider Sector Techniek. Rolf Maliepaard juicht een brede opleiding van harte toe: “Werkendam Maritime Industries, waarin zo’n dertig bedrijven in de maritieme sector vertegenwoordigd zijn, geeſt de wals dan ook met liefde en plezier. Wij hopen dat deze ondersteuning er toe bijdraagt dat het Gilde Vakcollege goede leerlingen blijſt op- leiden zodat wij een instroom van bekwame vakmensen in onze Werkendamse bedrijven met vertrouwen tegemoet kunnen zien”.
De techniekdocenten geflankeerd door Rolf Maliepaard (l) en Menno Alberts (r). Kostendaling binnenvaart door lagere rentelasten en goedkopere brandstof
ROTTERDAM Transport per binnenschip was in 2014 goedkoper dan in 2013. Hieraan lagen twee belangrijke oorzaken ten grond- slag: de daling van de kapitaalkosten (rente) en de daling van de brandstofprijzen. Ook voor het komende jaar wordt een kostenda- ling verwacht voor alle categorieën schepen. Daarnaast worden er kansen gesignaleerd voor kleinere nieuwbouwschepen: door de lagere kapitaallasten is het kostprijsverschil tussen bestaande schepen en nieuwbouw- schepen tot een minimum (6,6 procent) geslonken. Deze conclusies volgen uit de kostenrapportages voor de binnenvaart die recent zijn geactualiseerd door Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart.
B
ij een gelijkblijvende inzetbaarheid van de schepen, varieert de kostendaling tussen -2,8 procent en 0,0 procent ten opzichte van 2013. De daling van de
kosten is het gevolg van de dalende brand- stofprijzen en de verminderde rentelasten. De achterliggende kostenstructuur is bepalend voor de mate van de kostendaling. De groot- ste daling in de kosten is te zien bij kapitaalin- tensieve schepen (nieuwbouwtankers, grote droge lading schepen) en de schepen die relatief veel vaaruren maken (continuvaart),
waarbij het aandeel brandstofkosten van de totale exploitatiekosten groot is (bijvoorbeeld in de tankvaart en de duwvaart).
Niet alleen de rentelasten (-10,2 procent) en de brandstofprijzen (-4,0 procent) daalden in het afgelopen jaar, ook de verzekerde waarde nam gemiddeld gezien af (-2,5 procent) en daardoor ook de verzekeringskosten ( 4,9 pro- cent). Voor de rentelasten en de brandstofprij- zen kan gesproken worden over een voortzet- ting van een eerder ingezette trend; de daling van de verzekeringskosten was echter een ‘aangename verrassing’, nadat de kosten een jaar eerder nog fors stegen als gevolg van de hogere assurantiebelasting. De arbeidskosten, kosten voor reparatie en onderhoud en de overige bedrijfslasten (communicatie, certi- ficering, etc.) stegen daarentegen, variërend van +0,7 procent tot +1,5 procent.
Vooruitblik naar 2015 In 2015 wordt een totale daling verwacht van de exploitatiekosten, tussen -8,9 procent en -2,4 procent, afhankelijk van het type reis en type schip. Deze daling kan voornamelijk worden toegeschreven aan de sterk dalende brandstofprijzen. Het kos- tenniveau exclusief brandstofkosten kent namelijk een ontwikkeling variërend van
-0,7 procent tot +0,9 procent. De werkelijke ontwikkeling van de gasolieprijs zal dus scherp gevolgd moeten worden. Op basis van de raming van het Centraal Planbureau (CPB) wordt in 2015 een daling van 18,2 procent verwacht ten opzichte van 2014. Echter, de component ‘brandstofkosten’ is behoorlijk onvoorspelbaar en schommelt sterk afhankelijk van de omstandigheden die de wereldwijde oliemarkt bepalen. Ook blijven de kapitaalkosten dalen als gevolg van de lagere rentes (-8,7 procent).
Kansen voor nieuwbouwschepen in de zand- en grindmarkt Specifiek voor de zand- en grindvaart monitort Panteia ook de kansen voor kleinere nieuwbouwschepen. Geconsta- teerd wordt dat nieuwbouwschepen nog altijd een hogere kostprijs laten zien dan de huidige vloot. In 2014 ligt de kostprijs voor een ‘klein’ nieuwbouwschip 6,6 procent hoger, bij een continue exploitatie van het nieuwbouwschip. Dit is het kleinst waargenomen verschil sinds Panteia de kostprijsverschillen tussen huidige schepen en nieuwbouwschepen monitort. Dit kan verklaard worden door de immer dalende rentepercentages, waardoor de kapitaal- lasten – deze hebben een groot aandeel in
de onderliggende kostenstructuur – van nieuwbouwschepen sterk dalen. Voor het komende jaar wordt een kostprijsverschil van 6,7 procent verwacht; nieuwbouwsche- pen ondervinden een beperkt nadeel van de lagere brandstofprijzen.
Rapporten bestellen In samenwerking met het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart zijn de rapporten beschikbaar gekomen. Het CBRB zal een uitge- breide samenvatting voor de leden ter beschik- king stellen. De CBRB-leden kunnen voor een gereduceerd tarief de volledige rapportages bestellen bij Panteia. De rapporten kunnen ook door anderen bij Panteia worden besteld via internet:
webshop.panteia.nl, via email (
g.de.
jonge@panteia.nl) of per telefoon: 079-322 2306.
Er is een algemeen rapport waarbij er doorre- keningen zijn gemaakt voor diverse segmen- ten (motorvrachtvaart, duwvaart, tankvaart, containervaart, koppelverbanden). Daarnaast is er een gedetailleerd rapport beschikbaar over het vervoer van zand en grind. Dit rapport geeſt de kostenstructuur in absolute bedragen weer en de (verwachte) ontwikkeling voor deze deel- markt. De rapporten kunnen worden gebruikt ter vergelijking met de eigen bedrijfssituatie.
Een klap in het gezicht van de binnenvaart ‘De minister is er niet om het kleine schip te behou- den’, lees ik in de media. Dat is tenminste duidelijke taal van de minister. Dat ‘warme hart’ dat de minister ons toe schijnt te dragen blijken loze woorden, het kan maar duidelijk zijn. Daar staat de sector dan met de rapporten ‘een goede toekomst voor het kleine schip’ (2008 Buck consultants) en zijn treurige opvolger ‘Plan van aan- pak klein schip (EICB)’. Beide rapporten zijn tot stand gekomen vanuit de roep van het ministerie (en des- tijds staatssecretaris Huizinga) om het kleine schip te behouden (voorafgegaan door een eerder rapport in 2003 over hetzelfde onderwerp) . Niet dat er veel ‘be- houd’ te vinden was in de aanbevelingen, het ging natuurlijk vooral om nieuwe interessante projecten waar subsidie voor vrij zou moeten komen. De schijn werd nog opgehouden als zou men de waarde van een binnenvaartvloot inzien waar alle type schepen een compleet aanbod konden aanbieden.
Niet alleen de kleine binnenvaart de dupe Door de jaren heen hebben alle politieke partijen om het hardst geroepen hoe waardevol deze sector is en welke gouden toekomst er voor de binnenvaart in het verschiet ligt. Die sector is echter vooral waar- devol als het een complete sector is. Klanten van de binnenvaart willen niet louter partijen van duizen- den tonnen voor de deur. Ze willen kunnen kiezen. En als ze alleen grote partijen kunnen ontvangen over water en de rest via een andere vervoersmoda- liteit moeten doen, zullen ze de binnenvaart de rug toekeren. Ergo: met het verdwijnen van vervoer via de kleine binnenvaart zal er ook vervoer van grotere ladingpartijen per binnenvaartschip verdwijnen, tel uit je winst. Weet de minister dat 25 procent van het totale vervoer over water door de kleinere schepen wordt vervoerd? Heeſt de minister haar cijfers paraat
over de gevolgen daarvan wanneer dat binnen en- kele jaren via de weg zal gaan? Kan de minister hier verantwoording voor afleggen aan onze toekomsti- ge generaties? Ik denk het niet!
Maritieme strategie Allerlei maatregelen moeten er genomen worden om aan de klimaatdoelen te voldoen maar onder- tussen zien we helemaal niets terug van de gevol- gen van het verdwijnen van een essentieel deel van de binnenvaartvloot in de maritieme strategie. Het lijkt er toch erg op dat de minister nauwelijks in de gaten heeſt wat er in ‘haar’ sector gebeurt. Hoe zit dat met haar ministeriele verantwoordelijkheid? Er ligt een Europees Witboek vervoer waarin er gesproken wordt over verschuiving van goederen- stromen van de weg naar het water, maar neemt deze minister daar op welke wijze dan ook enige verantwoordelijkheid voor? Welnee! Het is niet aan haar om tot enige actie over te gaan. Wat een zin- loze baan is het ministerschap dan als de minister vindt dat je vooral ‘niets moet doen’.
De markt moet zijn werk doen? Volgens de minister moet de kleine binnenvaart haar eigen meerwaarde bewijzen en dan komt het allemaal goed. Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat de minister kennelijk niet goed voorgelicht wordt over de wijze waarop de markt functioneert. Want binnen de huidige, moeilijke markt blijſt juist deze groep schepen overeind, crisis of niet. Maar als je het die groep schepen moedwillig onmogelijk maakt om voort te bestaan door de vaarwegen minder toegankelijk te maken en regels op te leggen waarvan bewezen is dat die onnodig en on- haalbaar zijn dan is ‘marktwerking’ een drogreden. En tegen dit soort misstanden zou een minister moeten ingrijpen.
Kiezersbedrog De minister suggereert dat zij belemmeringen weg- neemt. Wij vragen al jaren om het wegnemen van on- zinnige belemmeringen: ‘de CCR nieuwbouwregels met terugwerkende kracht op bestaande schepen invoeren’. Nu doet de minister alsof dat moratorium van die paar regels voor heel beperkte tijd in het belang van het kleine schip zijn, wat een onzin! Die ‘knellende regels’ (zoals de minister ze noemt) zijn zeker niet specifiek gericht op behoud van het kleinere schip. Dat zijn vooral regels (geluidseisen) waar bijna geen enkel schip aan kan voldoen. En als je regels maakt die niet haalbaar blijken te zijn dan heb je je eigen probleem gecreëerd. Zeker als de SI nog maar enkele jaren geleden die schepen heeſt goedgekeurd die nu helemaal niet blijken te vol- doen. Die onzin op het bordje van ‘hulp aan kleine schepen’ schuiven is kiezersbedrog.
Twee moties genegeerd Zolang de leden van de Tweede Kamer alles slikken wat deze minister als antwoord geeſt op hun vragen en het voor lief neemt dat de minister twee moties naast zich neerlegt, waarvan een motie met algeme- ne stemmen aangenomen is, hebben we niet alleen te maken met deze minister, die de ernst van de situ- atie niet in (wil) kan zien. We kunnen gerust stellen, dat de hele politiek het toelaat dat een belangrijk segment van de binnenvaart koud wordt weggesa- neerd. Dat is de harde realiteit. Blijſt voor ons niets anders over dan te zeggen: ga over tien jaar geen krokodillentranen huilen over de vervoerssector want dat deze sector moedwillig beschadigd wordt. ligt niet aan de binnenvaart maar aan de politiek.
Sunniva Fluitsma Voorzitter ASV
INGEZONDEN
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30